Tau sie kai (kip in zwarte bonensaus)

image

Tau sie kai ofwel kip in zwarte bonensaus is een van mijn favoriete Chinese gerechten. Het is een gerecht wat snel en makkelijk te bereiden is. De basisingrediënten voor dit gerecht zijn de kippendijfilets, gember, zwarte bonensaus, sojasaus, zoete ketjap en paprika. Wat je er verder in wilt doen is geheel van jou afhankelijk. Mocht het zijn dat je dit gerecht niet pittig wilt hebben, dan kun je de peper weglaten. Ook kun je andere groenten zoals champignons, taugé of broccoli aan dit gerecht toevoegen.

Het enige wat moeilijk is aan dit gerecht is, zijn de kippendijen die ontbeend moeten worden. Tegenwoordig kun je deze ook ontbeend in de supermarkt of bij de kip poelier kopen. Mocht het zijn dat je toch geen kippendijfilet kunt vinden, dan is kipfilet ook prima.

Verder is dit gerecht super snel en makkelijk te bereiden. Ideaal als je een drukke werkdag achter de rug hebt!

Wees echter voorzichtig met zwarte bonensaus, want als je er teveel van in het gerecht doet kan de smaak erg zoutig worden. Mijn truc is om eerst met 1.5 eetlepel te beginnen. Mocht het zijn dat je hem iets zouter wilt hebben, dan kun je er altijd voor kiezen een extra theelepel bij te doen.

Enjoy!

Liefs,

Stacy

 

Moksi alesi

Moksi alesi

Tegenwoordig is het erg belangrijk voor mezelf om gezond te zijn. Mijn vitaliteit en lichaam wil ik graag de goede dingen in het leven geven, die zij nodig heeft. Bewegen, mediteren, bidden, met mijn partner, vriendinnen/gezin zijn, en vooral relativeren zijn mijn goede vrienden om een gezond en positief leven te leiden. Iedere keer dat iets tegen zit probeer ik naar de dingen te kijken die WEL goed gaan.

Maar hoe zit het met eten? Hoe kan ik de Surinaamse keuken in mijn gezonde leven betrekken? Hoe kan ik de Surinaamse keuken zo authentiek mogelijk behouden, zonder al het vet en andere ondeugende dingen in mijn eten toe te voegen? Hoe kan ik de Surinaamse keuken in mijn gezonde leven toepassen, zonder 10 kilo’s aan te komen?

Ja, dat wordt een uitdaging voor Stacy, maar wat vele mensen niet weten is dat ik van uitdagingen houd en deze uitdaging ben ik aangegaan. Deze uitdaging heeft mij enkele mooie en gezonde recepten opgeleverd waar niet heel veel aan veranderd hoefde te worden. Een daarvan was Moksi alesi!

Moksi alesi was het geen waar ik al maanden naar verlangde! Mijn ouders maakten dit altijd in het weekend klaar, want dit waren de dagen dat ze veel tijd en aandacht aan het eten konden besteden. Ik adviseer het jou ook om dit in het weekend klaar te maken, want zoals je toewijd aan jouw partner, zo moet jij je ook toewijden aan dit gerecht. Ik eet al ruim anderhalve maand geen varkensvlees meer en rundvlees nuttig ik met mate, dus was het even zoeken wat ik er wel in kon doen, want dat zoutige smaak en de goed gevulde moksi alesi, wilde ik wel behouden.

Na heel lang nadenken kwam ik op zoute vis (ba- tjauw) en droge garnalen. Het probleem met zoute vis is dat het gauw gaat overheersen qua smaak en dat mijn partner dat nog nooit heeft gegeten. Ik vind zoute vis erg lekker, maar omdat mijn partner dat nog niet heeft gehad, wil ik nog even wachten met het maken van gerechten waar zoute vis in moet of erin kan. Dus resteerde de droge garnalen!

De moksi alesi had ik gemaakt zoals mijn vader het vroeger maakte. Hij gebruikte de rijstkoker als hittebron en kookpan. Om de moksi alesi goed tot zijn recht te laten komen, stoomde hij de moksi alesi, door een theedoek op de deksel van de rijstkoker te doen en de zijkanten ervan vast te knopen (dit trucje kan je ook bij een normale pan doen als je geen rijstkoker heb). Omdat er van alles in moksi alesi kan, maakte hij vaak van dit gerecht  een 1- pan- maaltijd in de rijstkoker.

Ik had de djarpesi eerst in water laten weken en vervolgens laten uitkoken. Het uitkoken van de djarpesi vergt wel enig geduld van jou, omdat je het vaak moet omscheppen tijdens het koken en het duurt erg lang voordat deze zacht gekookt is. Maar ik blijf zeggen dat het de moeite waard is.

Ik had laatst weer een lading gedroogde garnalen van mijn tante uit Suriname gekregen, dus kon ik deze mooi bij dit gerecht gebruiken, maar je moet hem eerst even weken in warm water, anders verpest het hoge zoutgehalte en overheersende garnalengeur  jouw eten!

Een ieder die mij kent weet dat er standaard groenten naast mijn vlees/vis en rijst is, dus koos ik Kool als groenten. Wil je geen snotterige kool dan kun je zoals mij ervoor kiezen de kool pas bij de moksi alesi toe te voegen wanneer de rijst gaar is. Zo stoomt hij mee met derest van de ingrediënten en blijft het lekker knapperig. Schep de kool door de moksi alesi wanneer deze klaar is met koken.

Om het een 1- pan- gerecht te maken, deed papa de kipstukken ook bij de moksi alesi, maar ik koos ervoor om het vlees apart te bereiden. De reden hiervoor was dat ik graag wat jus over mijn moksi alesi wilde, want dit is na het bereiden een droge gerecht en omdat ik de kip op Javaanse wijze had klaargemaakt, was het hartige van de moksi alesi en de zoet-pikante jus van het vlees een ultieme combinatie. Om dit gerecht af te maken had ik een paar schijfjes komkommer, verse gebakken bakbanaan, tempe sambel, de Javaanse kip en niet te vergeten een rode peper erbij gedaan. Het was heerlijk!

Het voordeel van 1- pan- gerechten is dat je veel te veel maakt. Te veel om de volgende dag niet achter het fornuis te staan en dit was de reden dat wij twee dagen van dit heerlijke gerecht mochten genieten.

Ja, dit gerecht vergt extra tijd en geduld, zeker met het uitkoken van de djarpesi, maar geloof mij, als dit gerecht klaar is en je ‘t gaat eten besef je dat het lange uitkoken van de djarpesi, de aandacht, liefde en geduld die je de moksi alesi had moeten geven, verdomme de moeite waard was :)!

Voor de mensen die dit gerecht nooit hebben gekookt, maar graag willen bereiden, is er maar een ding wat ik nu kan zeggen en dat is; ”Bekijk het recept, print het uit, haal de ingrediënten bij jouw dichtstbijzijnde toko en ga aan de slag, want dit is een gerecht dat absoluut de moeite waard is om te maken en met jouw familie of vrienden te delen.”

Liefs,

Stacy